BiowaterstofGebeurtenis
EU-waterstofstrategie: 6 GW elektrolysers tot 2024 en 40 GW tot 2030
Mededeling COM(2020) 301 stelt drie ontwikkelingsfasen voor waterstof in de EU vast, met als doel 40 GW elektrolysers en tot 10 miljoen ton hernieuwbare waterstof tegen 2030. Ook werd het Europees Verbond voor Schone Waterstof opgericht.
Andere taalversies: Polski, English, Deutsch, Español, Français, Italiano.

Op 8 juli 2020 presenteerde de Europese Commissie de waterstofstrategie voor een klimaatneutraal Europa (COM(2020) 301). Het document voorziet de ontwikkeling van waterstof in drie fasen, met als doel 6 GW elektrolysers tegen 2024 en ten minste 40 GW tegen 2030. Het is het eerste EU-plan dat waterstof beschouwt als een vast onderdeel van het energiesysteem, ook in combinatie met biogas.
Drie ontwikkelingsfasen
De strategie onderscheidt de volgende fasen:
| Fase | Periode | Doel |
|---|---|---|
| I | 2020–2024 | 6 GW elektrolysers in de EU, tot 1 miljoen ton hernieuwbare waterstof per jaar |
| II | 2025–2030 | ten minste 40 GW elektrolysers, tot 10 miljoen ton hernieuwbare waterstof |
| III | 2030–2050 | verspreiding van de technologie, toepassingen in sectoren die moeilijk te decarboniseren zijn |
Prioriteit heeft hernieuwbare waterstof, voornamelijk geproduceerd door elektrolyse van water met gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen. De strategie hanteert ook een bredere definitie: hernieuwbare waterstof kan ook ontstaan door reforming van biogas of biochemische conversie van biomassa, mits aan duurzaamheidscriteria wordt voldaan. Daarnaast wordt laag-uitstootwaterstof onderscheiden, geproduceerd uit fossiele brandstoffen met CO₂-afvang, die een overgangsrol moet vervullen.
Europees Verbond voor Schone Waterstof
Samen met de strategie werd een verbond gelanceerd dat industrie, publieke instellingen en het maatschappelijk middenveld samenbrengt. De taak hiervan is het identificeren van investeringsprojecten en het opbouwen van een portefeuille van initiatieven die gefinancierd kunnen worden met EU-middelen en private investeringen.
Betekenis voor biogas en biomethaan
Voor producenten van biogas opent de strategie twee mogelijkheden. De eerste is het gebruik van biogas als grondstof voor de productie van waterstof via reforming. De tweede is concurrentie: waterstof kan in sommige toepassingen, bijvoorbeeld in de industrie en zwaar transport, biomethaan vervangen. In de praktijk zullen beide energiedragers elkaar aanvullen, omdat biomethaan zonder nieuwe investeringen in het bestaande gasnet kan worden ingevoed, terwijl waterstof een andere infrastructuur of aanpassingen daaraan vereist.
Belangrijk voor Poolse investeerders was ook dat de strategie invloed heeft op de ondersteuningsregels en duurzaamheidscriteria. Waterstof uit biogas zal aan eisen moeten voldoen met betrekking tot grondstoffen en emissiereductie, vergelijkbaar met biomethaan in de transportsector.
Wat volgt
De Commissie kondigde aan in de komende jaren de regelgeving voor de gasmarkt te herzien om waterstof en andere hernieuwbare en laag-uitstootgassen te integreren, evenals het vaststellen van een gemeenschappelijke terminologie en certificering. Lidstaten, waaronder Polen, moesten nationale strategieën voorbereiden. Voor de biogassector betekende dit de noodzaak om te monitoren of nieuwe regelgeving geen ongelijke behandeling van biomethaan en waterstof in ondersteuningsmechanismen zou veroorzaken.
Hoe de kwantitatieve doelen te interpreteren
De doelen van 6 GW en 40 GW hebben een politiek en investeringskarakter en zijn niet bindend voor afzonderlijke lidstaten. De Commissie gaf aan dat grote investeringen nodig zullen zijn in hernieuwbare elektriciteit voor elektrolysers, transportinfrastructuur en opslag. Het gebruik van waterstof is vooral gepland in sectoren waar elektrificatie moeilijk is: chemie, metallurgie, zwaar transport en luchtvaart. Voor landbouwbedrijven en biogasinstallaties is waterstof daarom in de komende jaren geen vervanging, maar een aanvulling op het systeem van hernieuwbare gassen.




