Digestaat en meststoffenGebeurtenis
Actieplan „Naar nulverontreiniging”: doelen voor stikstof, afval en luchtkwaliteit tot 2030
Mededeling COM(2021) 400 combineert EU-doelstellingen voor lucht, water, bodem en afval. Er wordt onder meer uitgegaan van een vermindering van nutriëntenverliezen met 50 procent en de helft minder restafval uit huishoudens tegen 2030.
Andere taalversies: Polski, English, Deutsch, Español, Français, Italiano.

De Europese Commissie presenteerde op 12 mei 2021 het actieplan „Naar een nulniveau van verontreiniging van lucht, water en bodem” (COM(2021) 400), dat de doelstellingen voor luchtkwaliteit, water, bodem, geluid en afval tot 2030 in één document samenbrengt. Het plan vormt een nieuw onderdeel van de Europese Green Deal en is direct verbonden met de landbouw, meststoffen en afvalbeheer.
Belangrijkste doelen voor 2030
Het plan bundelt doelstellingen die deels voortvloeiden uit eerdere strategieën:
| Terrein | Doel voor 2030 |
|---|---|
| Luchtkwaliteit | −55 procent aantal vroegtijdige sterfgevallen door fijnstof PM2,5 ten opzichte van 2005 |
| Voedingsstoffen | −50 procent verliezen van voedingsstoffen (stikstof, fosfor) |
| Meststoffen | −20 procent gebruik van meststoffen |
| Afval | −50 procent restafval uit huishoudens |
| Kunststoffen | −50 procent kunststofafval in zee, −30 procent microplastics die vrijkomen in het milieu |
De Commissie kondigde ook een systeem voor het monitoren van de voortgang en instrumenten voor effectbeoordeling aan, waarmee kan worden gecontroleerd of de doelstellingen worden gehaald.
Betekenis voor digestaat en biogasinstallaties
Voor bedrijven en biogasinstallaties zijn vooral de thema’s stikstof en ammoniak van belang. De landbouw is de belangrijkste bron van ammoniak, dat bijdraagt aan de vorming van fijnstof en eutrofiëring. Het terugdringen van nutriëntenverliezen vereist een beter beheer van natuurlijke meststoffen, waaronder opslag en toediening van drijfmest, stalmest en digestaat. Methaangisting stabiliseert organisch materiaal en beperkt methaanemissies, maar lost het ammoniakprobleem op zichzelf niet op – cruciaal zijn luchtdichte opslag en toedieningstechnieken, zoals ondergronds injecteren of uitrijden met sleepslangen.
Het doel om het restafval uit huishoudens te halveren, brengt het plan dichter bij het actieplan voor de circulaire economie: dit betekent een groter aandeel van gescheiden inzameling van bioafval en verwerking ervan in biologische installaties, waaronder vergisting.
Hoe het plan past in de wetgeving
Het plan legt zelf geen verplichtingen op, maar kondigt een herziening aan van bestaande regelgeving, bijvoorbeeld richtlijnen over luchtkwaliteit en industriële emissies. Voor de agro-energetische sector is het van belang of in nieuwe regelgeving eisen worden gesteld aan grotere veehouderijbedrijven en of dit gekoppeld zal worden aan stimulansen voor investeringen in emissiebeperkende technologieën.
Wat volgt
De uitvoering van het plan hangt af van de implementatie van concrete wettelijke maatregelen en financiële middelen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de cohesiefondsen. Voor investeerders in biogas is het cruciaal of de emissienormen voor ammoniak en de eisen voor de opslag van digestaat worden aangescherpt, en zo ja – volgens welk tijdschema.
Verband met energie uit biogas
Biogasinstallaties produceren energie, maar kunnen ook een bron van ammoniakemissies uit digestaat en methaanlekkages zijn. Het plan vergroot het belang van goede praktijken: het afdekken van opslagtanks, snelle ondergrondse toediening en emissiemonitoring. Installaties die dergelijke oplossingen nu al implementeren, zijn beter voorbereid op toekomstige eisen.




