Emissies en klimaatGebeurtenis
IPCC: rapport over gevolgen van klimaatverandering en aanpassing. Wat betekent dit voor landbouw en afval?
Op 28 februari 2022 publiceerde het IPCC het tweede deel van het zesde evaluatierapport — over de gevolgen van klimaatverandering en aanpassing. De conclusies over landbouw en voedselsystemen raken ook de biogassector.
Andere taalversies: Polski, English, Deutsch, Español, Français, Italiano.

Op 28 februari 2022 publiceerde het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) het rapport van werkgroep II van het zesde evaluatierapport (AR6), getiteld Climate Change 2022: Impacts, Adaptation and Vulnerability. Het document evalueert de gevolgen van klimaatverandering, de kwetsbaarheid van natuurlijke en sociale systemen en de mogelijkheden voor aanpassing. De kernboodschap is duidelijk: de risico's nemen sneller toe dan eerder werd aangenomen, en de mogelijkheden voor aanpassing nemen af met elke extra graad opwarming.
Wat verandert er
Het rapport is geen juridisch document, maar vormt de wetenschappelijke basis voor het klimaatbeleid. Voor de agrofoodsector en het afvalbeheer zijn twee thema's van belang. Het eerste betreft de impact van klimaatverandering op de voedselproductie: droogtes, hittegolven, extreme weersverschijnselen en veranderingen in het groeiseizoen vergroten de risico's voor gewasopbrengsten en veeteelt. Het tweede thema is de rol van deze sectoren in de uitstoot – landbouw en afval zijn belangrijke bronnen van methaan, een gas met een hoog broeikaseffect op korte termijn.
Het IPCC benadrukt dat emissiereductie en aanpassing hand in hand moeten gaan. Voor bedrijven betekent dit onder meer beter beheer van stalmest en drijfmest, opslag met emissiebeheersing en het benutten van organisch afval als hulpbron.
Betekenis voor de sector in Nederland
In Nederland is de landbouw een belangrijke bron van methaanemissies (veehouderij, opslag van stalmest), en vormen stortplaatsen een andere grote emissiebron van dit gas. Methaangisting maakt het mogelijk om methaan op te vangen dat anders in de atmosfeer terecht zou komen, en om te zetten in energie. Stalmest en drijfmest die naar een biogasinstallatie worden geleid in plaats van naar open opslagtanks, betekenen een reële emissiereductie voor het bedrijf, en digestaat kan een deel van de minerale meststoffen vervangen.
Agrarische biogasinstallaties en verwerkingsinstallaties passen daarom niet alleen binnen energiebeleidsdoelen, maar ook binnen adaptatie- en agro-omgevingsbeleid. Voorwaarde is echter technologische dichtheid: opslagtanks voor digestaat, methaanlekkages uit installaties en een correcte exploitatie bepalen het daadwerkelijke klimaatvoordeel.
Opmerking over schaalverschillen
Het is belangrijk om twee zaken te onderscheiden: methaan is een kortlevend, maar krachtig broeikasgas, en het terugdringen ervan heeft een snel effect op de temperatuur. Kooldioxide blijft veel langer in de atmosfeer aanwezig. Daarom worden maatregelen om methaan te beperken – in de landbouw, afvalbeheer en energieopwekking – beschouwd als een van de snelste manieren om de opwarming te vertragen, naast de reductie van CO₂. Voor de biogassector is dit de context waarin haar rol steeds vaker niet alleen vanuit het perspectief van energieproductie wordt beoordeeld, maar ook vanuit de vermeden emissies van grondstoffen die zonder vergisting methaan in de atmosfeer zouden uitstoten.
Wat volgt
Het volgende deel van het AR6-rapport – over emissiereductie (werkgroep III) – zal in het voorjaar van 2022 worden gepubliceerd en zal direct betrekking hebben op thema's als methaan en energie. Voor het EU- en Nederlandse beleid betekent dit een extra argument voor het versnellen van maatregelen, waaronder de ontwikkeling van hernieuwbare gassen en het terugdringen van emissies uit landbouw en afval.




